Waar is dinges?

Start de dag eens met de vraag ‘Waar is Dinges?’ en kijk zoekend rond. De kinderen zullen verbaasd rond gaan kijken. Als er inderdaad iemand mist, zullen ze misschien zeggen ‘bedoel je Karel?’ Maar die bedoel je niet. Je gaat dan bijvoorbeeld zo verder:

Leerkracht: ‘Nee, dat nieuwe meisje.’

Klas: ‘Nieuwe meisje? Er is toch geen nieuw meisje?’

Leerkracht: ‘Jawel,  ze kwam vorige week kennis maken. Dat weten jullie toch nog wel? Ze had van die wilde, rode krullen.’

Hou dit toneelstukje een tijdje vol en leg dan uit dat het een grapje was. Stel dan de vraag: ‘Als Dinges er echt zou zijn, wat zou je dan aan haar willen vragen?’ Alle kinderen schrijven één vraag op. Bijvoorbeeld:

  • Wat is het engste wat je ooit gedaan hebt?
  • Wie zijn je vrienden?

Rollenspel interview

De vragen worden door de klas beantwoord door een rollenspel te spelen. Steeds gaat een kind voor de klas staan en doet of hij Dinges is. Er mogen vijf kinderen aan Dinges een vraag stellen. Het kind dat Dinges speelt, verzint antwoorden. Na deze vijf vragen wordt er gewisseld en mag iemand anders als Dinges vijf vragen beantwoorden. Zo kan Dinges een personage voor een verhaal worden. Laat ten slotte elk kind een verhaal over Dinges schrijven.

(Geïnspireerd op een idee uit het boek ‘100 nieuwe taalspelen’ van Paul Rooyackers.)


Dit idee werd eerder gepubliceerd in de rubriek Dadadenken in het meest praktische en inspirerende onderwijsblad voor het basisonderwijs: Praxisbulletin.


Op zoek naar gastlessen creatief schrijven? Die geef ik in de Noordelijke provincies. Meer informatie. 

Inspireer anderen:
  • 42
  • 2
  •  
  • 2
  •  
  •  
  •  
    46
    Shares


Abonneer je op dadadenken.nl

* indicates required

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *